ECLI:NL:RVS:2024:1374
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling met tijdelijke beschermingsstatus
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 maart 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens wordt de vreemdeling behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en de relevante uitvoeringsbesluiten van 4 maart 2022 en 19 oktober 2023, op hem van toepassing blijft.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 875,00, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 2 april 2024 door voorzieningenrechter J.Th. Drop.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet en behoudt de tijdelijke beschermingsstatus totdat het hoger beroep is beslist.