ECLI:NL:RVS:2024:142
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouw appartementen ondanks bezwaren natuur- en erfgoedwaarden
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal verleende op 14 december 2020 een omgevingsvergunning voor de bouw van zeven appartementen op een perceel in Wouw. Deze vergunning was aangevochten door omwonenden die vreesden voor verstoring van de aanwezige gierzwaluwen en aantasting van cultuurhistorische waarden.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vergunning terecht was verleend, waarbij onder meer werd vastgesteld dat het oude pand op het perceel al ongeschikt was voor gierzwaluwen vóór de sloop en dat het bouwplan geen afbreuk doet aan cultuurhistorische waarden. Het hoger beroep richtte zich onder meer op de vraag of een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig was en of het college aan zijn onderzoeksplicht had voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de omgevingsvergunning terecht is verleend. De bouwactiviteiten omvatten geen handelingen die een Wnb-ontheffing vereisen, omdat de mogelijke aantasting van gierzwaluwnesten verband houdt met de sloop van het oude pand, niet met de bouw. Ook is het college niet tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht. Daarnaast is geoordeeld dat het college terecht is uitgegaan van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, ondanks bezwaren over deskundigheid en het ontbreken van een welstandsexces.
Het beroep op het Verdrag van Granada faalt eveneens, omdat dit verdrag niet verbiedt dat beschermde goederen worden aangetast, maar alleen regelt dat bevoegde autoriteiten in kennis worden gesteld van plannen die daarop invloed kunnen hebben. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.