ECLI:NL:RVS:2024:1421
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd opnieuw werd afgewezen. Eerder had de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.
De staatssecretaris heeft in het bestreden besluit aangegeven geen gebruik te zullen maken van de uitzettingsbevoegdheid naar El Salvador, omdat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling die verboden is op grond van artikel 3 EVRM Pro. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen grond om het besluit te schorsen of te vernietigen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems op 4 april 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling krijgt geen rechtmatig verblijf en opvang toegewezen gedurende het hoger beroep.