ECLI:NL:RVS:2024:1425
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning asiel en afwijzing verlengingsaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 januari 2022 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. Vervolgens werd op 21 juni 2022 een aanvraag tot verlenging van deze vergunning niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk en het beroep tegen het niet in behandeling nemen ongegrond.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat toezending van het besluit naar het laatst bekende adres een geschikte wijze van bekendmaking is conform artikel 3:41, tweede lid, Awb. Het hoger beroep bevatte geen vragen die in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moesten worden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De beslissing werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 5 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.