ECLI:NL:RVS:2024:1463
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing geheimhouding persoonsgegevens treiteraanpak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verzocht de burgemeester om wissing van haar gegevens die in het kader van een treiteraanpak zijn verzameld. In een andere procedure werd inzage in die persoonsgegevens geweigerd omdat het belang van bescherming van persoonsgegevens van derden zwaarder woog.
De burgemeester stelde dat de gegevens buiten het verzoek vielen of van derden waren en dat het dossier onderwerp van geschil was, wat gewichtige redenen opleverde voor geheimhouding. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde eerder dat het belang van beperking van kennisneming zwaarder woog dan het belang van appellante.
Appellante verzocht vervolgens om opheffing van de geheimhouding, stellende dat de argumenten daarvoor waren komen te vervallen. De Afdeling stelde dat terugkomen op een beslissing omtrent artikel 8:29 Awb Pro slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan plaatsvinden, bijvoorbeeld bij evidente misslagen of nieuwe feiten.
De Afdeling vond geen sprake van dergelijke uitzonderingen en bevestigde dat het belang van bescherming van persoonsgegevens van derden zwaarder weegt dan het belang van appellante bij inzage. Daarom werd het verzoek om opheffing van de geheimhouding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om opheffing van de geheimhouding van persoonsgegevens wordt afgewezen.