ECLI:NL:RVS:2024:1555
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 5 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar bij de rechtbank Den Haag, die op 22 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, aangezien het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.