ECLI:NL:RVS:2024:1636
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 maart 2020 aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf voor twee vreemdelingen af en verklaarde op 30 augustus 2021 het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, maar de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak leidt. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris in de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet alle relevante feiten juist heeft meegewogen. Zo werd ten onrechte aangenomen dat de moeder vrij is om met haar kinderen naar Nigeria te verhuizen, terwijl de vader van een in Nederland wonend kind geen toestemming geeft.
Ook werd onvoldoende gewicht toegekend aan de langdurige verblijfsduur, leeftijd, schoolbezoek en hechting van de kinderen aan Nederland, waardoor het waarschijnlijk niet in hun belang is om mee te verhuizen. De staatssecretaris moet daarom een hernieuwde belangenafweging maken waarin het belang van de Nederlandse Staat wordt afgewogen tegen dat van de vreemdelingen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.