ECLI:NL:RVS:2024:1661

Raad van State

Datum uitspraak
17 april 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
202402389/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 februari 2024 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 april 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter overweegt dat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken en treft daarom bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Deze voorziet erin dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 18 april 2024 niet zal plaatsvinden totdat de rechter over het verzoek tot voorlopige voorziening definitief heeft beslist.

Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek een bedrag van € 875,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg op 17 april 2024.

Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202402389/2/V3.
Datum uitspraak: 17 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 17 april 2024 in zaak nr. NL24.4693 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 17 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 17 april 2024 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van diezelfde dag en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 18 april 2024 om 13:40 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van ordemaatregel dat de voorgenomen overdracht op 18 april 2024 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Verburg
voorzieningenrechter
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2024
846