ECLI:NL:RVS:2024:1663
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluitmoratorium voor asielaanvragen Palestijnse vreemdelingen wegens ondeugdelijke motivering
Deze uitspraak betreft het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot het instellen van een besluit- en vertrekmoratorium voor vreemdelingen uit de Palestijnse gebieden, met name Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Het besluitmoratorium verlengt de termijn voor de behandeling van asielaanvragen van (staatloze) Palestijnse vreemdelingen. De vreemdeling, afkomstig uit Gaza en met een lopende asielaanvraag sinds 2022, betoogde dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd omdat de situatie in Gaza niet als onzeker en tijdelijk kon worden aangemerkt en de motivering niet was gebaseerd op actuele bronnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het besluit aan artikel 31, vierde lid, van de EU Procedurerichtlijn, geïmplementeerd in artikel 43 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Volgens deze bepalingen moet het besluit gebaseerd zijn op precieze en actuele informatie die aantoont dat sprake is van een onzekere en tijdelijke situatie in het land van herkomst. Het peilmoment voor toetsing was 19 december 2023, de datum waarop het besluit met terugwerkende kracht in werking trad.
De staatssecretaris had zich bij zijn besluitvorming gebaseerd op informatie tot 5 november 2023 en een brief van 18 november 2023, maar had geen rekening gehouden met de vele updates van het Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) en andere relevante informatie die beschikbaar was tussen 5 november en 19 december 2023. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering over de actuele situatie in Gaza op het peilmoment.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet voldoende had toegelicht waarom de situatie in Gaza op 19 december 2023 onzeker en tijdelijk was, terwijl relevante informatie hierover niet was betrokken. Dit leidde tot vernietiging van het besluitmoratorium. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluitmoratorium van 10 januari 2024 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.