ECLI:NL:RVS:2024:1676
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 januari 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag heeft op 26 februari 2024 het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris meegedeeld dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van de vreemdeling heeft verklaard geen contact meer met hem te hebben. De Afdeling concludeert hieruit dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. H.G. Sevenster op 22 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang van de vreemdeling.