ECLI:NL:RVS:2024:1720
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bestuurlijke boetes wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning in Zandvoort
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort legde aan de eigenaar van twee woningen bestuurlijke boetes op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning door toeristische verhuur. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en vernietigde de boetebesluiten, omdat zij artikel 15 van Pro de Huisvestingsverordening (Hv) onverbindend achtte. Dit artikel bepaalde dat alle woonruimte in Zandvoort vergunningplichtig was voor onttrekking, maar de rechtbank vond dat deze aanwijzing niet voldeed aan de wettelijke eisen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar gaf geen aanvullende onderbouwing van de noodzakelijkheid en geschiktheid van de aanwijzing, zoals vereist op grond van artikel 2 van Pro de Huisvestingswet 2014 (Hw). De Afdeling bestuursrechtspraak toetste dit en oordeelde dat de schaarste aan goedkope woonruimte onvoldoende was aangetoond en dat artikel 15 Hv Pro daarom buiten toepassing moet blijven. Hierdoor kon geen sprake zijn van een overtreding van het verbod op onttrekking zonder vergunning.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van het college af. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij. Deze uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige en voldoende onderbouwde aanwijzing door gemeenten bij het opleggen van boetes voor onttrekking van woonruimte.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de boetes bevestigd.