ECLI:NL:RVS:2024:1721
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning niet gegrond verklaard
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort legde een bestuurlijke boete van € 12.500,- op aan de eigenaar van een woning die zonder vergunning werd gebruikt voor toeristische verhuur, waardoor de woning aan de bestemming tot bewoning werd onttrokken. De boete werd later verlaagd naar € 6.250,-. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en vernietigde het besluit tot boeteoplegging, omdat zij artikel 15 van Pro de Huisvestingsverordening Zuid Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2019 onverbindend achtte.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de gemeenteraad onvoldoende had onderbouwd dat de aanwijzing van alle woonruimte in Zandvoort als vergunningplichtig noodzakelijk en geschikt was om onevenwichtige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte te bestrijden. Hierdoor moest artikel 15 van Pro de Huisvestingsverordening buiten toepassing worden gelaten.
Omdat het college in hoger beroep geen aanvullende onderbouwing van de schaarste aan goedkope woonruimte heeft gegeven, bevestigt de Afdeling dat het college de boete ten onrechte heeft opgelegd. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de eigenaar.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college ten onrechte een boete oplegde en verklaart het hoger beroep ongegrond.