ECLI:NL:RVS:2024:1723
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens onttrekking woonruimte aan bestemming tot bewoning zonder vergunning niet gehandhaafd
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort legde aan twee eigenaren van woningen bestuurlijke boetes op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning door toeristische verhuur. De boetes werden aanvankelijk vastgesteld op €12.500 en later verlaagd naar €6.250. De rechtbank verklaarde de beroepen van de eigenaren gegrond en vernietigde de boetebesluiten, waarbij zij artikel 15 van Pro de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2019 onverbindend verklaarde.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de gemeentelijke aanwijzing van alle woonruimte in Zandvoort als vergunningplichtig onvoldoende is onderbouwd met betrekking tot de noodzakelijkheid en geschiktheid voor het bestrijden van schaarste aan goedkope woonruimte. Hierdoor is artikel 15 van Pro de verordening buiten toepassing en kunnen de boetes niet worden gehandhaafd.
De eigenaren vroegen om schadevergoeding en terugbetaling van de betaalde boetes. De Afdeling wees dit verzoek af, aangezien de boetes onrechtmatig waren en terugbetaling inclusief wettelijke rente verplicht is, maar een schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb Pro niet aan de orde is. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes zijn vernietigd en het hoger beroep van het college is ongegrond verklaard.