ECLI:NL:RVS:2024:1751
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State na ongegrond beroep rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 29 januari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 februari 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt integraal overgenomen.
Er zijn geen nieuwe vragen die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming rechtvaardigen verdere motivering. De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.