ECLI:NL:RVS:2024:1769
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na ongegrond beroep rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 8 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, die bij uitspraak van 28 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep onderzocht en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling zag ook geen aanleiding om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 29 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.