ECLI:NL:RVS:2024:1773
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 september 2022, aangevuld op 30 mei 2023, een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank heeft op 9 april 2024 dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan en heeft tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en heeft daarom de voorlopige voorziening toegekend.
Dit houdt in dat de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers op 29 april 2024.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.