ECLI:NL:RVS:2024:1776
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 7 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen grieven bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep leidt daarom niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.C.A. de Poorter, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis, op 29 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.