ECLI:NL:RVS:2024:1861
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 januari 2023 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 2 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van de rechtbank dat de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling wordt genomen.