ECLI:NL:RVS:2024:1946
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht Waterwet voor damwand en groutankers na renovatie gemaal Verdoold
In deze zaak gaat het om een gedoogplichtbesluit van het college van dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard, opgelegd aan appellant vanwege renovatiewerkzaamheden aan het gemaal Verdoold in Gouderak. De werkzaamheden betroffen onder meer het plaatsen van een stalen damwand en groutankers op het perceel van appellant, zonder haar toestemming.
Appellant betwistte de gedoogplicht en voerde aan dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het besluit in strijd is met de Waterwet en het verbod op détournement de pouvoir. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar wegens onzorgvuldigheid, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het college legde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat het opleggen van een gedoogplicht na aanvang of afloop van werkzaamheden niet in strijd is met de Waterwet, ook al is de termijn van twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden niet nageleefd. De inmenging in het eigendomsrecht is wettelijk voorzien en proportioneel afgewogen tegen het algemeen belang. Het college heeft niet onrechtmatig gehandeld en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het gedoogplichtbesluit wordt bevestigd.