ECLI:NL:RVS:2024:1954
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na gegrondverklaring hoger beroep tegen besluiten college Enschede
In de uitspraak van 6 december 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van de Stichtingen gegrond verklaard, de aangevallen uitspraak vernietigd en de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Enschede herroepen. De Stichtingen vorderden vervolgens vergoeding van de door hen gemaakte proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat in de bezwaarfase geen kosten voor rechtsbijstand waren gemaakt, aangezien de Stichtingen niet werden bijgestaan. Voor de reiskosten in beroep en hoger beroep geldt dat slechts één vertegenwoordiger van de gezamenlijk procederende Stichtingen een vergoeding kan krijgen. De Stichtingen voerden aan dat het forfaitaire vergoedingenstelsel van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) niet verenigbaar is met het EVRM, het Handvest en Europese richtlijnen, maar dit betoog werd verworpen.
De Afdeling oordeelde dat de Stichtingen onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding dan het forfaitaire bedrag rechtvaardigen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van €3.608,60 aan proceskosten, waarvan €3.500,00 voor rechtsbijstand door een derde partij.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Enschede wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de Stichtingen tot een bedrag van €3.608,60.