ECLI:NL:RVS:2024:1987
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ambtshalve uitzettingsbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 16 september 2021 ambtshalve geweigerd om te bepalen dat de uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 mei 2022 door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 februari 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt integraal overgenomen, en het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 februari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.