ECLI:NL:RVS:2024:2002
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak inzake niet-in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 15 september 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 26 januari 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure werd onder meer het verlengingsbesluit van 5 februari 2024 besproken, waarbij de overdrachtstermijn op grond van de Dublinverordening aan Frankrijk werd verlengd tot 7 februari 2025. De Afdeling nam aan dat partijen belang hadden bij behandeling van het hoger beroep, zonder een oordeel te geven over de juistheid van het verlengingsbesluit.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, die terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.