ECLI:NL:RVS:2024:2052
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.M. Willems
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke toekenning schadevergoeding na onrechtmatige rijbewijsopschorting
Bij besluit van 29 mei 2019 schortte het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) de geldigheid van het rijbewijs van appellant op en legde hem een medisch onderzoek op. De rechtbank verklaarde dit besluit op 21 februari 2020 onrechtmatig en vernietigde het. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens inkomensverlies en immateriële schade.
De rechtbank kende appellant een vergoeding van €1.200 toe voor inkomensschade, maar wees vergoeding van immateriële schade af. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen immateriële schadevergoeding had toegekend, verwijzend naar jurisprudentie waarin dergelijke schade werd erkend bij langdurig verlies van rijbevoegdheid.
De Raad van State overwoog dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat het besluit zijn geestelijke toestand significant had aangetast. De ongemakken en psychische druk waren onvoldoende onderbouwd om immateriële schade toe te kennen. De eerdere toekenning van €1.200 voor inkomensschade bleef gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbanktoekenning van €1.200 schadevergoeding wordt bevestigd.