ECLI:NL:RVS:2024:2090
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris en rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 14 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, die op 4 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeerde dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling zag geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2024.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.