ECLI:NL:RVS:2024:2112
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door staatssecretaris na ongegrond beroep rechtbank
Bij besluit van 14 maart 2024 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring. De vreemdeling maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 4 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe relevante vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Afdeling vond ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.