ECLI:NL:RVS:2024:2121
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning steiger op voormalig bedrijventerrein Brokking
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad weigerde een omgevingsvergunning voor het bouwen van een steiger van 18 meter bij 2 meter op een perceel in Wormerveer, onderdeel van het voormalig bedrijventerrein Brokking dat is getransformeerd tot woongebied. De steiger zou deels in het water liggen met bestemming "Water-1". De aanvraag werd ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zodat de oude Wabo van toepassing bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant stelde dat de steiger als havenvoorziening of nautische voorziening moest worden aangemerkt en dat het bestemmingsplan een steiger niet uitsluit. Ook voerde hij aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen en dat het weigeren van de vergunning disproportioneel was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de steiger geen havenvoorziening is zoals bedoeld in het bestemmingsplan, omdat er geen sprake is van een haven in de gebruikelijke betekenis. De steiger valt ook niet onder overige voorzieningen ten behoeve van de bestemming "Water-1" omdat deze niet ten dienste van die bestemming wordt aangevraagd maar voor het woongebruik van appellant. Het college mocht stedenbouwkundige belangen laten prevaleren boven het individuele belang van appellant, mede vanwege het karakter van het woongebied en de ecologische zone. Ook de omstandigheid dat het hoogheemraadschap een vergunning verleende en dat de steiger geen gevaar oplevert voor de scheepvaart, leidt niet tot een andere uitkomst.
Verder werd geoordeeld dat de situaties van andere percelen met steigers niet vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in bestemmingsplannen en stedenbouwkundige opzet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.