ECLI:NL:RVS:2024:2151

Raad van State

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
202402761/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 27 maart 2024 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat op 26 april 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat de Afdeling op 17 mei 2024 reeds heeft beslist op het hoger beroep van de vreemdeling. Hierdoor was het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer aan de orde en werd het verzoek niet in behandeling genomen. De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.

De uitspraak werd op 21 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt, in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Afdeling reeds op het hoger beroep heeft beslist.

Uitspraak

202402761/2/V3.
Datum uitspraak: 21 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[de vreemdeling],
verzoeker.
Procesverloop
Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 26 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van 17 mei 2024 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling beslist. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen.
2.       Het verzoek is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2024
872