ECLI:NL:RVS:2024:2151
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 27 maart 2024 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat op 26 april 2024 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de Afdeling op 17 mei 2024 reeds heeft beslist op het hoger beroep van de vreemdeling. Hierdoor was het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer aan de orde en werd het verzoek niet in behandeling genomen. De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak werd op 21 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt, in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Afdeling reeds op het hoger beroep heeft beslist.