Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2024:2204

Raad van State

Datum uitspraak
29 mei 2024
Publicatiedatum
29 mei 2024
Zaaknummer
202306319/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.3 Vb 2000Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling door Raad van State

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 13 september 2023 de termijn van een bewaringsmaatregel tegen een vreemdeling verlengd met maximaal twaalf maanden. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 oktober 2023 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de informatieplicht van de staatssecretaris niet van toepassing is bij een verlengingsbesluit, zoals bepaald in artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000.

De Raad van State zag geen reden om de verlenging onrechtmatig te achten en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van 3 oktober 2023 werd bekrachtigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlenging van de bewaringsmaatregel wordt bevestigd.

Uitspraak

202306319/1/V3.
Datum uitspraak: 29 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 3 oktober 2023 in zaak nr. NL23.29502 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 13 september 2023 heeft de staatssecretaris de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.
Bij uitspraak van 3 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Akkas, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht tot haar oordeel gekomen dat uit de tekst van artikel 5.3 van het Vb 2000 volgt dat de informatieplicht van de staatssecretaris uit artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vb 2000 niet van toepassing is bij een verlengingsbesluit.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Nederhoff, griffier.
w.g. De Poorter
voorzitter
w.g. Nederhoff
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2024
918