ECLI:NL:RVS:2024:2229
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit RDW afwijzing kentekenbewijs wegens onduidelijk VIN
De appellant heeft een Nederlands kentekenbewijs aangevraagd voor zijn Saab 95, waarbij onduidelijkheid bestond over het juiste voertuigidentificatienummer (VIN). De RDW wees de aanvraag af omdat de carrosserie, een hoofdonderdeel, niet te identificeren was vanwege vermoedelijke manipulatie van het VIN. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de appellant gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep stelde de appellant dat het originele VIN wel degelijk kon worden vastgesteld, ondersteund door contra-expertiserapporten met ultrasoon-, wervelstroom- en röntgenonderzoeken die aantonen dat het betwiste VIN origineel is en niet bewerkt. De RDW baseerde zich op een deskundigenrapport van het LIV dat het VIN als niet origineel bestempelde, maar erkende dat een digitale röntgenopname geschikt zou zijn om bewerkingen aan de staalplaat te detecteren.
De Afdeling oordeelde dat de RDW niet aan zijn vergewisplicht had voldaan door geen nader onderzoek te laten verrichten naar de door appellant aangedragen concrete aanwijzingen, met name het röntgenonderzoek. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig voorbereid en werd het hoger beroep gegrond verklaard. De RDW moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen, waarbij het röntgenonderzoek en het wervelstroomonderzoek betrokken moeten worden. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de RDW vernietigd, met opdracht tot nieuw onderzoek en besluitvorming.