ECLI:NL:RVS:2024:2383
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing bestemmingsplan De Nieuwe Haven vanwege bedrijfsbeperkingen
De raad van de gemeente Elburg stelde op 5 februari 2024 het bestemmingsplan De Nieuwe Haven vast, dat de bouw van maximaal 56 woonappartementen met commerciële functies mogelijk maakt in het zuidelijkste deel van bedrijventerrein Kruismaten. Diverse belanghebbenden, waaronder de Botterstichting, Elburg Foods en een eigenaar van aangrenzende percelen, stelden beroep in en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang en voerde een voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling uit, waarbij vooral werd gekeken naar mogelijke beperkingen van bedrijfsactiviteiten door de nieuwe woningen, de gebiedstypering, en de bouwhoogte. De raad had het gebied als gemengd gebied aangemerkt, wat door de rechter werd bevestigd. Voor Elburg Foods werd vastgesteld dat de richtafstand werd gehaald, waardoor geen onaanvaardbare beperking werd verwacht. Voor de percelen van de andere verzoeker werd echter geconcludeerd dat de raad onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de woningbouw op de bedrijfsvoering, waardoor twijfel ontstond over de rechtmatigheid.
Ook de Botterstichting vreesde beperkingen, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de activiteiten die tot een hogere milieucategorie behoren niet waren toegestaan volgens het bestemmingsplan en dat de raad terecht was uitgegaan van een lagere milieucategorie. De bezwaren tegen strijd met het stedenbouwkundig plan en de bouwhoogte werden eveneens verworpen.
De voorzieningenrechter besloot daarom het bestemmingsplan voorlopig te schorsen voor zover het de bedrijfsvoering van de perceleneigenaar direct grenzend aan het plangebied betreft, wees de verzoeken van de Botterstichting en Arent thoe Boecop af, en veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten aan Elburg Foods en de andere verzoeker.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt voorlopig geschorst vanwege onvoldoende onderbouwing van de impact op bedrijfsvoering van een aanwonende perceleneigenaar; overige verzoeken worden afgewezen.