ECLI:NL:RVS:2024:2401
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bekendmaking omgevingsvergunning wegens ligging buiten bebouwde kom
Appellant stelde beroep in tegen het uitblijven van de bekendmaking van een volgens hem van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw als recreatieverblijf in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat de vergunning niet van rechtswege was verleend omdat het perceel buiten de bebouwde kom ligt, waardoor de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Appellant voerde aan dat het perceel binnen een lint van aaneengesloten bebouwing ligt en aansluit op de kern van Weesp, maar de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de beoordeling van de ligging binnen de bebouwde kom een feitelijke kwestie is, waarbij de aard van de omgeving en de concentratie van bebouwing met woonfunctie bepalend zijn. Het perceel ligt circa 1,5 km van de kern van Weesp en het lint tussen het perceel en de kern is niet geheel aaneengesloten, met een gat van ongeveer 250 meter zonder woonboten. De woonboten en bebouwing zijn onvoldoende om te spreken van een overwegend woon- of verblijffunctie.
De situatie verschilt van eerdere jurisprudentie waarbij percelen direct aansloten op een dorpskern. Hierdoor is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing en is geen vergunning van rechtswege verleend die het college had moeten bekendmaken. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het college om de vergunning bekend te maken wordt bevestigd.