ECLI:NL:RVS:2024:2524
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- E. Steendijk
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning innovatieve startup
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die de afwijzing van verblijfsvergunningen voor een innovatieve startup en het gezinslid vernietigde. De vreemdeling, een Egyptische ondernemer, had een verblijfsvergunning als zelfstandige voor een innovatieve startup aangevraagd, welke was afgewezen op basis van een negatief advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had voldaan aan zijn vergewisplicht omtrent de zorgvuldigheid en inhoud van het RVO-advies, waardoor het besluit niet mocht worden gebaseerd op dit advies. De rechtbank stelde dat het advies onvoldoende inzichtelijk was en onvoldoende toegespitst op het concrete geval van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State herroept dit oordeel. Zij stelt dat het RVO-advies zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de conclusies aansluiten bij de feiten. De Afdeling benadrukt dat de staatssecretaris terecht het negatieve advies aan het besluit ten grondslag heeft gelegd en dat de rechtbank ten onrechte het verweer van de staatssecretaris inzake de innovatieve focus van de startup had uitgesloten.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdeling en zijn partner ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.