ECLI:NL:RVS:2024:2556
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor kunstwerkplaatsing in watergang
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 14 november 2022 een omgevingsvergunning voor het oprichten van het kunstwerk 'Water' in een watergang nabij de Raadhuisstraat 47 te Rotterdam. Verzoeker, de broer van de overleden kunstenaar, betwistte de vergunning vanwege de kwetsbaarheid van het kunstwerk en de ongeschiktheid van de locatie.
Het college verklaarde het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende zou zijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker stelde dat hij persoonlijkheidsrechten op grond van het auteursrecht bezit, maar kon niet aantonen dat hij daartoe bij uiterste wilsbeschikking was aangewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat verzoeker geen voldoende objectief, persoonlijk en actueel belang heeft dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Daarom is hij geen belanghebbende en komt de Afdeling niet toe aan de inhoudelijke beoordeling. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat verzoeker geen belanghebbende is.