ECLI:NL:RVS:2024:2569

Raad van State

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
26 juni 2024
Zaaknummer
202402924/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 7 januari 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Tegen deze afwijzing maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 30 mei 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde.

De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad constateerde echter dat het hogerberoepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend; de termijn eindigde op 6 mei 2024, terwijl het hogerberoepschrift daarna werd ontvangen.

De aangevoerde redenen door de vreemdeling waren onvoldoende om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees de staatssecretaris geen proceskosten toe.

De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 juni 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.

Uitspraak

202402924/1/V1
Datum uitspraak: 26 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 5 april 2024 in zaak nr. 23/5920 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 januari 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 30 mei 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door drs. F.W. King, rechtsbijstandverlener te Leiden, hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De uitspraak van de rechtbank is verzonden op 8 april 2024, zodat de termijn voor het instellen van hoger beroep op 6 mei 2024 is geëindigd. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen. De vreemdeling heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. Wat de vreemdeling heeft aangevoerd, is geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen.
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W. de Lange, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Lange
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2024
999