ECLI:NL:RVS:2024:2606
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan groepsaccommodatie wegens onvoldoende motivering ondergeschiktheid
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 26 juni 2024 de beroepen gegrond verklaard tegen het bestemmingsplan "Omgevingsplan: herziening [locatie]" en de daarop volgende herstelbesluiten van 4 oktober 2022 en 2 mei 2023. Het bestemmingsplan bevatte een aanduiding "specifieke vorm van recreatie - groepsaccommodatie" met een regeling voor maximaal 80 bedden en 200 m2 horeca.
De Afdeling oordeelde dat het college niet voldeed aan de opdracht uit de eerdere tussenuitspraak om te motiveren dat de toegelaten verblijfsrecreatieve en horecafuncties ondergeschikt zijn aan de paardenhouderij. De motivering ontbrak aan objectieve criteria en concrete gegevens, waardoor onvoldoende inzicht werd geboden in de ondergeschiktheid van de functies. Het college hield onverkort vast aan het aantal van 80 bedden, wat de Afdeling niet als ondergeschikt kon beschouwen.
De beroepen tegen het bestemmingsplan en de herstelbesluiten zijn daarom gegrond verklaard en de betreffende onderdelen zijn vernietigd. De beroepen tegen eerdere Veegplan-besluiten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Het college is opgedragen de vernietigde onderdelen binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1.
Uitkomst: De aanduiding groepsaccommodatie en artikel 23.3 van het bestemmingsplan worden vernietigd wegens onvoldoende motivering van ondergeschiktheid.