ECLI:NL:RVS:2024:2633
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 29 juni 2022 een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waarmee rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wordt aangetoond, afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 19 april 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 februari 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris wordt niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij mr. J.J.W.P. van Gastel als lid en mr. T.W.A. Weber als griffier aanwezig waren.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.