ECLI:NL:RVS:2024:2674

Raad van State

Datum uitspraak
4 juli 2024
Publicatiedatum
2 juli 2024
Zaaknummer
BRS.24.000118
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring vreemdeling op grond van meerderjarigheid en ontbreken authentieke documenten

Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister mocht uitgaan van de meerderjarigheid van de vreemdeling, zoals vastgesteld in de asielprocedure. De vreemdeling heeft geen authentieke identificerende documenten overgelegd om zijn gestelde geboortedatum te onderbouwen.

Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Er zijn geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De bewaring wordt niet onrechtmatig geacht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de inbewaringstelling en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

BRS.24.000118
Datum uitspraak: 4 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 4 april 2024 in zaak nr. NL24.12436 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 4 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Rasul, advocaat in Assen, hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk onder meer terecht geoordeeld dat de minister bij de inbewaringstelling van de vreemdeling uit mocht gaan van zijn meerderjarigheid. Het besluit in de asielprocedure, waarin onder andere is vastgesteld dat de vreemdeling meerderjarig is, staat namelijk in rechte vast. Daarnaast heeft de rechtbank terecht overwogen dat de vreemdeling geen authentieke identificerende documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn gestelde geboortedatum.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Meijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2024
872-1023