ECLI:NL:RVS:2024:2705
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursrechtelijke handhaving en kostenverhaal bij spoedeisende bestuursdwang voor olielekkage schip
Op 17 februari 2021 zonk het schip van appellant gedeeltelijk in de Houkesloot te Sneek, waarbij olie uit het schip lekte en een spoedeisend gevaar voor verontreiniging vormde. Het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân besloot daarop spoedeisende bestuursdwang toe te passen en gaf HEBO Maritiemservice opdracht om de olie te ruimen en het schip te bergen. De kosten hiervan werden op appellant verhaald.
Appellant stelde onder meer dat er geen sprake was van een overtreding, dat het waterschap niet bevoegd was, dat de bestuursdwang niet spoedeisend was, dat een ander bedrijf goedkoper had kunnen worden ingeschakeld en dat niet alle kosten op hem mochten worden verhaald. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling overwoog dat het dagelijks bestuur terecht aannam dat er een overtreding was van artikel 6.8 van de Waterwet, dat het waterschap bevoegd was ondanks het provinciale vaarwegbeheer, en dat de spoedeisendheid van de situatie onmiddellijke bestuursdwang rechtvaardigde. Ook was de keuze voor HEBO als uitvoerder niet onredelijk en mochten de kosten van bestuursdwang en opslag op appellant worden verhaald, mede omdat hij het schip niet tijdig verkocht en de kosten daardoor opliepen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.