ECLI:NL:RVS:2024:2713
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Urgentieverklaring afgewezen wegens niet voldoen aan bindingseis en onvoldoende medische onderbouwing
Appellante vroeg op 28 september 2022 een urgentieverklaring aan omdat zij lijdt aan suïcidale misofonie, een hersenaandoening die hevige emotionele reacties op geluiden veroorzaakt. Zij woont sinds 6 januari 2021 in Amsterdam, maar voldoet volgens het college niet aan de bindingseis van vier jaar onafgebroken inschrijving in de gemeente. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de bindingseis een algemene weigeringsgrond is die niet toetst aan medische urgentie.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische situatie een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigt. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het college geen advies van de GGD hoefde in te winnen en dat het college zich niet voldoende heeft verdiept in de ernst van de medische situatie. De door appellante overgelegde medische verklaringen, waaronder die van een psychiater, tonen een levensbedreigende situatie aan.
De Afdeling concludeert dat het college het besluit van 8 december 2022 moet herzien door binnen acht weken een deugdelijk besluit te nemen op basis van medisch advies. De zaak wordt geschorst totdat het college dit heeft gedaan. De Afdeling benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming gezien het tekort aan sociale huurwoningen en de ernst van de medische problematiek.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd vanwege een zorgvuldigheidsgebrek en het college wordt opgedragen binnen acht weken het besluit te herzien met medisch advies.