ECLI:NL:RVS:2024:2762
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 29 juni 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 31 mei 2024 eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 juli 2024 besloten dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Dit besluit volgt op een eerdere ordemaatregel van 18 juni 2024 waarbij de voorgenomen uitzetting op 19 juni 2024 werd opgeschort.
De belangen van zowel de minister als de vreemdeling zijn afgewogen, waarbij de voorlopige voorziening werd getroffen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden omdat dit reeds bij de ordemaatregel was bepaald. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.