ECLI:NL:RVS:2024:2799
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik ondanks betwisting verhoogde CDT-waarde
Appellant werd op 8 juli 2022 aangehouden met een alcoholgehalte van 1.095 µg/l en vervolgens onderzocht door keuringsartsen die alcoholmisbruik vaststelden, mede op basis van een verhoogde CDT-waarde van respectievelijk 2,4% en 2,1%.
Het CBR verklaarde het rijbewijs ongeldig en wees het bezwaar van appellant af. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR terecht is uitgegaan van de deskundige rapporten en dat appellant onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om aan te tonen dat de verhoogde CDT-waarde door zijn suikerziekte werd veroorzaakt. Het verzoek om een medisch specialist te benoemen voor een nieuwe keuring werd afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik blijft gehandhaafd.