ECLI:NL:RVS:2024:2809
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering kleurstelling bouwplan
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag van 1 december 2021 vernietigd. Dit besluit betrof een voorschrift over de kleurstelling van een bouwplan, waarbij het college niet had gemotiveerd waarom de kleurstelling pas in een later stadium zou worden bepaald. De welstandscommissie had negatief geadviseerd over de oorspronkelijke kleurstelling, wat een bepalende betekenis heeft voor de toetsing aan redelijke eisen van welstand.
De Afdeling had in een eerdere tussenuitspraak van 13 maart 2024 het college opgedragen het gebrek te herstellen binnen acht weken. Het college heeft echter niet gereageerd binnen deze termijn, waardoor het gebrek onhersteld bleef. De Afdeling oordeelt dat het besluit strijdig is met de artikelen 2.5 en 2.7 van de Regeling omgevingsrecht en artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit van 31 augustus 2017, waarbij een omgevingsvergunning werd verleend voor het veranderen van een kantoorvilla. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de appellanten. Een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zal in een aparte procedure worden behandeld.
Uitkomst: Het besluit van 1 december 2021 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met vergoeding van proceskosten en griffierecht.