ECLI:NL:RVS:2024:2826
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Weigering drank- en horecavergunning wegens betrokkenheid bij hennepkwekerij
Appellant vroeg een drank- en horecavergunning aan voor een horecabedrijf in Nijmegen. De burgemeester weigerde deze vergunning omdat appellant niet voldeed aan de eis dat leidinggevenden niet van slecht levensgedrag mogen zijn. Uit antecedentenonderzoek bleek dat appellant tussen 2014 en 2017 meerdere strafrechtelijke antecedenten had, waaronder betrokkenheid bij een hennepkwekerij en diefstal van elektra.
De burgemeester sloot het pand in 2018 voor een jaar op grond van de Opiumwet. Appellant maakte bezwaar tegen de weigering, maar dit werd in 2022 opnieuw ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het eerdere besluit onvoldoende was gemotiveerd, met name over de daadwerkelijke betrokkenheid van appellant bij de hennepkwekerij.
In het nieuwe besluit motiveerde de burgemeester uitgebreid dat appellant mede-eigenaar was, aanwezig was in de kwekerij, en dat het pand niet verhuurd was. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij niet op de hoogte was van de kwekerij. De Afdeling concludeert dat de burgemeester terecht aannam dat appellant daadwerkelijk betrokken was en verklaart het beroep ongegrond, waardoor het weigeren van de vergunning standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de drank- en horecavergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit van de burgemeester blijft in stand.