Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2024:2865

Raad van State

Datum uitspraak
17 juli 2024
Publicatiedatum
12 juli 2024
Zaaknummer
202302014/3/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:87 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening bestemmingsplan Buitengebied 2013 herziening 34

De raad van de gemeente Oosterhout heeft bij besluit van 31 januari 2023 het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 34' gewijzigd vastgesteld. Hiertegen heeft de Milieuvereniging Oosterhout en Erfgoedvereniging Bond Heemschut beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd, die op 4 augustus 2023 werd toegekend en het besluit van 31 januari 2023 schorst.

Vervolgens heeft de raad op 20 december 2023 het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad verzocht daarop de voorzieningenrechter om opheffing van de eerder getroffen voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek op 23 mei 2024 behandeld.

In een tussenuitspraak van 17 juli 2024 is de raad opgedragen binnen 26 weken een vastgesteld gebrek in het besluit van 20 december 2023 te herstellen. Gezien de onzekerheid over het in stand blijven van beide besluiten in de einduitspraak, is de voorlopige voorziening niet opgeheven. De voorzieningenrechter wees het verzoek van de raad af en bepaalde dat de raad geen proceskosten hoeft te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek van de raad om opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202302014/3/R2.
Datum uitspraak: 17 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
de raad van de gemeente Oosterhout,
verzoeker,
om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de bij uitspraak van 4 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2986 getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:
Milieuvereniging Oosterhout, gevestigd te Oosterhout, en Erfgoedvereniging Bond Heemschut, gevestigd te Amsterdam (hierna samen en in enkelvoud: de vereniging),
appellanten,
en
de raad,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 34 ([locatie A])" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de vereniging beroep ingesteld. Verder heeft de vereniging de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 4 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2986, heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 31 januari 2023 geschorst.
Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 34
([locatie A])" opnieuw en gewijzigd vastgesteld.
De raad heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening geheel op te heffen.
De Afdeling heeft het verzoek op zitting behandeld op 23 mei 2024, waar de raad, vertegenwoordigd door C. Jeeninga, en de vereniging, vertegenwoordigd door mr. R. Hörchner, advocaat in Breda, bijgestaan door [gemachtigden], zijn verschenen. Verder is op zitting [belanghebbende], bijgestaan door mr. A.A.M. van Beek, als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Bij tussenuitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2024:2845, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken het in de tussenuitspraak omschreven gebrek in het besluit van 20 december 2023 te herstellen.
2.       Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, kan niet worden uitgesloten dat zowel het besluit van 20 december 2023 als het besluit van 31 januari 2023 in de einduitspraak niet in stand blijven. Daarom is er geen grond om de eerder getroffen voorziening op te heffen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van de raad om opheffing van de getroffen voorziening daarom af.
3.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.
w.g. Uylenburg
voorzieningenrechter
w.g. Graaff-Haasnoot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2024
531-1092