ECLI:NL:RVS:2024:2945
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en verleende geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 11 mei 2023 het besluit gedeeltelijk vernietigde en de staatssecretaris opdroeg het gebrek te herstellen. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden en opvang en verstrekkingen zou ontvangen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter overwoog dat op basis van de aangevoerde argumenten niet aannemelijk is dat de rechtbankuitspraak zal worden vernietigd. Gezien de belangen van zowel de minister als de vreemdeling werd besloten geen voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd afgewezen en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling wordt niet beschermd tegen uitzetting.