ECLI:NL:RVS:2024:2947

Raad van State

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
18 juli 2024
Zaaknummer
202403910/1/V2 en 202403910/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel van vertrek

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en ambtshalve geweigerd uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Bij een aanvullend besluit van 9 november 2023 werd dit uitstelverzoek opnieuw afgewezen.

De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die tevens werd verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.

Het hoger beroep is ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

202403910/1/V2 en 202403910/2/V2.
Datum uitspraak: 18 juli 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 juni 2024 in zaak nr. NL22.2396 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 9 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en ambtshalve geweigerd om haar krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.
Bij aanvullend besluit van 9 november 2023 heeft de staatssecretaris opnieuw geweigerd om de vreemdeling krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.
Bij uitspraak van 7 juni 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. Z.M. Alaca, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5.3.2 tot en met 5.3.5, 6.1 tot en met 6.2 en 10.1 tot en met 10.4 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2024
915-1048