ECLI:NL:RVS:2024:2947
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitstel van vertrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en ambtshalve geweigerd uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Bij een aanvullend besluit van 9 november 2023 werd dit uitstelverzoek opnieuw afgewezen.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die tevens werd verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.