ECLI:NL:RVS:2024:301
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 oktober 2019 de aanvraag van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het besluit vernietigde, nam de staatssecretaris een nieuw besluit op bezwaar op 8 september 2022, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard.
De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij een eerdere uitspraak op 22 december 2023 werd het hoger beroep gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep ongegrond, waarbij het beroep tegen het besluit van 10 december 2020 ongegrond werd verklaard.
In de onderhavige uitspraak van 26 januari 2024 vernietigt de Afdeling het besluit van 8 september 2022 omdat dit besluit, genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak van de rechtbank, de grondslag is ontvallen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het besluit wordt vernietigd zonder verdere inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het besluit van 8 september 2022 tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens het ontbreken van een geldige grondslag.