ECLI:NL:RVS:2024:302
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 11 mei 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond bij uitspraak van 5 juli 2023.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, waardoor verdere motivering achterwege blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.