ECLI:NL:RVS:2024:3049
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs frauduleuze paspoortverkrijging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De rechtsvraag over de frauduleuze verkrijging van het paspoort is reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 14 maart 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1071). De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar paspoort op frauduleuze wijze is verkregen, zoals vereist volgens de criteria in die eerdere uitspraak.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.