ECLI:NL:RVS:2024:3060
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 16 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 26 april 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond, beval opheffing van de maatregel en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de rechtsvraag omtrent de gevolgen van overschrijding van de termijn uit artikel 83b, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 beoordeeld, verwijzend naar haar eerdere uitspraak van 28 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2639).
Op grond van deze overwegingen heeft de Afdeling het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Tevens wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard, met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.